De exportmarkt en Chinoiserie in het Westen

De ontmoeting tussen Oost en West in de 17e en 18e eeuw

Met de oprichting van de grote handelscompagnieën, zoals de Nederlandse Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), kwam een massale stroom van Chinese kunstnijverheid naar Europa op gang. Naast serviesgoed waren het juist de kleine porseleinen en bronzen beeldjes die in de westerse verzamelkabinetten enorm populair werden.

Europese ambachtslieden begonnen deze figuren te imiteren, wat leidde tot de Chinoiserie-stijl. De westerse blik op deze beeldjes was vaak geromantiseerd; de oorspronkelijke taoïstische of boeddhistische betekenis werd in Europa overschaduwd door een fascinatie voor de exotische vormgeving en de ongekende kwaliteit van het Chinese porselein.

De term ‘kraakporselein’ en de latere ‘Chinoiserie’-beeldjes uit Delft en Meissen vonden hun directe oorsprong in de imports uit de late Ming- en vroege Qing-dynastie.

Vergelijkende kenmerken van export- en binnenlandse plastiek

KenmerkBinnenlandse markt (China)Exportmarkt (Europa)
IconografieStrikte naleving van religieuze en mythologische regelsAangepaste scènes, soms gecombineerd met westerse motieven
MaterialenZware voorkeur voor jade, buxus en Shoushan-steenNadruk op porselein, Blanc de Chine en beschilderd aardewerk
KleurstellingSubtiele, natuurlijke stoomglazuren of ongekleurd steenFelle overglazuuremailles zoals famille rose
AfwerkingFunctionele elementen voor de studeertafel van geleerdenLouter decoratieve pasvorm voor rariteitenkabinetten

Voor verdere inhoudelijke vragen over deze specifieke dynastieke en regionale indelingen kunt u direct contact opnemen met Emeline Hemminga via mail@becexin.space of per post aan de Loolaan 55, 7314 AG Apeldoorn, Nederland.